Mi profesora Ana is niet alleen aardig, maar ze is ook geboren en getogen in Buenos Aires, een echte porteña dus. Veel van onze gespreksonderwerpen tijdens de les gaan dan ook over zaken die hier spelen: de crisis, de arbeidsonlust, de politiek, maar ook de plekjes waar de echte tango wordt gespeeld en waar de toeristen geen weet van krijgen. Ana is goud voor me.
Zo heeft ze me gewezen op een kroegje niet ver van de school, waar diep in de nacht tango weerklinkt, gezongen en gespeeld op een gitaar, geen dansen. Het cafeetje draagt mijn naam: El Boliche de Roberto. Dus ik ernaar toe.
Het is een hok van 15 bij 5 meter, met verspreid tafels en stoeltjes. Op schofthoogte zijn de bakstenen muren zichtbaar gemaakt door het stucwerk heen: een donkerbruine kroeg met een grote toog, voetbal op de tv en op de achtergrond tangomuziek. Het is er nog niet druk als ik om kwart voor tien binnenkom. Op een klein verhoog twee stoeltjes. Ik installeer me naast het podiumpje en bestel een liter Isenbeck premium uit Argentinië. Ik ben er helemaal klaar voor.
Omdat het wachten tot de eerste sessie (gepland om 23.00 uur, maar in Buenos Aires kijken ze niet op een kwartiertje) nog een tijdje zal duren, haal ik mijn sudoku-boekje te voorschijn en probeer nu eindelijk die vier-sterren-sudoku op te lossen die me al dagen dwars zit.
Langzamerhand verandert de samenstelling van de bezoekers in het etablissement. De voetballiefhebbers en enkele oudere mensen aan een tafeltje vertrekken en de kroeg begint al aardig vol te lopen met jonger publiek. Het loopt tegen elven. Een half uur later loopt het tegen half twaalf en het is gezellig druk en blijkbaar vraagt niemand zich af of er vannacht nog gespeeld en gezongen wordt.
Toch maken op een gegeven moment een jongen en een meisje zich los uit het publiek en bestijgen het kleine verhoog naast me. De jongen speelt en het meisje zingt, lied na lied. Het publiek is stil en neuriet sommige ballades zachtjes mee.
Het is kleine muziek, net hoorbaar, behalve wanneer de bussen met geraas voorbijkomen en hun walm door het open raam het café inblazen. De muziek is veel verfijnder dan ik tot nu toe ken. Ik versta er geen woord van, maar de ziel van de tango komt wel bij me binnen.
Dan is het ineens afgelopen. Uit de luidsprekers klinken blues en het meisje gaat met de pet rond. Op het bord achter de toog lees ik dat er om kwart over twaalf nog een duo komt. Welnu, dat duurt niet lang meer. Dus ik richt me weer op mijn sudoku.
Het wordt half één, kwart voor één, één uur. De kroeg is stampvol. Velen moeten blijven staan, maar ik zit lekker achter mijn slinkende liter bier en mijn onoplosbare sudoku.
Twee mannen in chique zwart pak, met gepoetste schoenen en
prachtige stropdassen dringen zich naar voren en doen bijzonder enthousiast. Blijkbaar zijn ze bekend, want niemand kijkt ervan op. Wie het zijn, kan ik niet achterhalen, maar het zijn voorbodes.

Want ineens komen uit het niets twee heren van middelbare leeftijd te voorschijn, elk met een gitaar. Ze gaan het podium op, zetten beiden een been op het stoeltje voor hen en onmiddellijk klinkt er een prachtige, diepdroevige tango. Het publiek is muisstil. Als het lied is geëindigd, organiseert de schreeuwlelijkste stropdasdrager een enorm applaus en neemt voor de rest van het recital de regie van de ovaties in de hand.
Naast me zit een dame rustig te luisteren. Sommige liederen zingt ze zachtjes mee. Ik durf al wat in het Spaans te zeggen en fluister haar toe dat ik er niets van versta, maar dat ik zeker weet dat het over onbereikbare liefde, hartstocht en diepe zielenpijn gaat en zij zegt dat ik het helemaal heb begrepen.
De stropdasser blijkt jarig te zijn. Hij wordt toegezongen en mag ook een tango zingen. En dat doet hij niet eens zo slecht. Als de beide gitaristen verder gaan, wordt het auditorium steeds wilder en enthousiaster. Deze liederen kennen ze; ze zingen die ook soms hard, soms zachtjes mee. En de avond duurt nog lang.
Rond een uur of half drie pak ik mijn biezen. En terwijl ik met een taxichauffeur onderhandel, hoor ik de muziek achter me en lees ik de tekst op een krijtbord naast de kroeg: no se puede comprender lo que no se puede sentir (je kunt niet begrijpen wat je niet kunt voelen).
Zo is het maar net!